Werkboek Method Singing, eindelijk een zangboek met audio-oefeningen!

Horen, Zien en Zingen: met de luister- en meezing files kan iedereen thuis aan de slag. Leer alles over je stem met het werkboek Method Singing (meth10). Of leer van blad zingen, met de Module Intonatie & Eenvoudige Muziektheorie (meth03).

Met Method Singing haal je mxe9xe9r uit je stem!

Kijk voor meer informatie op mijn website: www.zijvanzang.nl

 De boeken in beeld 003klein De boeken in beeld 001klein

oktober 4, 2010
By on 13:06
Werkboek Method Singing, eindelijk een zangboek met audio-oefeningen!

Horen, Zien en Zingen: met de luister- en meezing files kan iedereen thuis aan de slag. Leer alles over je stem met het werkboek Method Singing (meth10). Of leer van blad zingen, met de Module Intonatie & Eenvoudige Muziektheorie (meth03).

Met Method Singing haal je mxc3xa9xc3xa9r uit je stem!

Kijk voor meer informatie op mijn website: www.zijvanzang.nl

 De boeken in beeld 003klein De boeken in beeld 001klein


By on 12:06
modules 1 en 2 deze zomer in een nieuw, herschreven jasje!

De modules Adem & Balans en Resonans & Klankvorming dateren alweer van 2005. Reden voor een zorgvuldige herziening en update actie! Deze zomer is die herziening gereed. De modules zijn dan beide voorzien van luister- en mee-/nazing oefeningen en ook de lay-out is gemoderniseerd. Ik heb ervoor gekozen om ook de inhoud in een iets andere volgorde te plaatsen en ik besteed meer aandacht aan flanksteun.Eleonorasholiday1

Daarnaast is ook Module 3, Intonatie & Eenvoudige Muziektheorie, klaar! Meer hierover in een volgend bericht.

mei 7, 2010
By on 10:58
modules 1 en 2 deze zomer in een nieuw, herschreven jasje!

De modules Adem & Balans en Resonans & Klankvorming dateren alweer van 2005. Reden voor een zorgvuldige herziening en update actie! Deze zomer is die herziening gereed. De modules zijn dan beide voorzien van luister- en mee-/nazing oefeningen en ook de lay-out is gemoderniseerd. Ik heb ervoor gekozen om ook de inhoud in een iets andere volgorde te plaatsen en ik besteed meer aandacht aan flanksteun.Eleonorasholiday1

Daarnaast is ook Module 3, Intonatie & Eenvoudige Muziektheorie, klaar! Meer hierover in een volgend bericht.


By on 09:58
Zangmethodes

Is de ‘wetenschappelijke onderbouwing’ die sommige zangmethodes claimen te hebben een garantie voor de kwaliteit van die methode? Waarom willen zangmethodes zich xfcberhaupt op die manier bewijzen?

Naar mijn idee zijn de hypes rondom zangmethodes als CVT en EVTS vooral ontstaan, omdat er lange tijd gewoon geen specifieke zangmethode bestond voor lichte muziek. Klassieke zangers kregen een opleiding en ‘lichte’ zangers (pop en jazz), die deden in de ogen van de klassieke zangwereld maar wat. Er werd lange tijd neergekeken op ‘lichte’ muziek, want daar hoefde je niets voor te kunnen (!).

Voorzover pop- en jazz-vocalisten techniek onderwijs kregen, was dit lange tijd vooral gebaseerd op de klassieke principes, maar dan iets ‘lichter’ aangezet: borst breed en keel wijd houden, middenrif laag houden en flanken uitduwen, met een iets persende ademsteun.  Een mooi voorbeeld zijn de zangeressen Billie Holiday en Sarah Vaughan. Holiday is evident ongeschoold, maar wordt geroemd om haar doorleefde stem, terwijl Vaughan de jazz zang benadert als een typisch klassiek geschoolde alt.

Misschien hebben de bedenkers van de  ‘nieuwe’ technieken nog steeds het gevoel dat ze zich moeten ‘bewijzen’ tegenover hun klassieke collega’s en wordt daarom continu de wetenschap er weer bijgehaald. Alsof het niet om fysiologische feiten gaat, die je met een gezonde dosis zelfonderzoek en gezond verstand ook zelf kunt ontdekken! Feiten die je xfcberhaupt van je zangdocent of op een conservatorium zou moeten leren.

Buiksteun? Mijn zangdocente had er nog nooit van gehoord. Ja, lage ademhaling, zover kwamen we wel, maar verder was alle techniek semi-klassiek. Ik merkte dat deze benadering me voor jazz- en popbeoefening te weinig bood. Wel lekker bij de brullende rock, maar ik wilde ook kunnen kleuren in zachtere muziek. Kleuren en continu kracht zetten verhouden zich slecht tot elkaar.

Door mijn theateropleiding ontdekte ik dat ik veel meer kon doen met mijn stem dan ik tot dusver voor mogelijk had gehouden en ik besloot om verder te gaan experimenteren met mijn stem en met het effect van expressie op je klank. Van EVTS of CVT had ik toen nog nooit gehoord (Jeffrey Allen’s The Secret Of Singing bestond toen al wel, maar ook dat was vooral gericht op flank ankering), maar met een goede dosis gezond verstand, medisch speurwerk en zelfonderzoek was ik in staat om Method Singing stap voor stap te ontwikkelen en uiteindelijk op papier te zetten.

EVTS is wat dat betreft toch ook weer de klassieke invulling van zangtechniek in lichte muziek. Vandaar de nadruk op flanksteun en rug-/nek ankering en het gebrek aan aandacht voor buiksteun, mimiekgebruik (mond, tong, zacht verhemelte) en klankplaatsing en de beperkte, categoriale toepassing van resonans. Het naar beneden geduwd houden van je schouders en het op spanning houden van je middenrif (met daarbij continu uitduwen van de flanken) is typisch iets uit de klassieke leer. Destijds was EVTS ook vooral een eye-opener voor vocalisten en docenten, die vanuit een klassieke opleiding wilden omschakelen naar de lichte muziek en die daarbij vaak ook een gebrekkige kennis hadden van het menselijk lichaam. Als zoekenden in de woestijn klampten ze zich vast aan EVTS (en later weer aan CVT en later weer aan Lichtenberger enzovoort). EVTS vind ik een techniek die vooral geschikt is voor kamermuziek (het lichtere klassieke werk), musical en ‘brulpop’. Persoonlijk houd ik niet zo van de sekte-achtige afdrachtregeling, die voor gecertificeerde EVTS docenten bestaat: deze docenten moeten een deel van hun inkomsten afstaan aan de Jo Estill Foundation. Maar daar kiezen ze zelf voor wanneer ze besluiten om uitsluitend met EVTS verder te gaan.

CVT vind ik persoonlijk het meest in de buurt komen van Method Singing, omdat bij CVT goed onderscheid wordt gemaakt tussen buiksteun en flanksteun. In Method Singing is weer meer aandacht voor klankplaatsing en klinkervorming.

Is er xe9xe9n zaligmakende zangtechniek? Ik vind van niet. Uit elke techniek kun je iets goeds halen, mits je goed onderwijs krijgt en je goed uitgelegd krijgt wat er in je lichaam en met je stem gebeurt. Van een zangdocent mag je kennis van zaken verwachten. Een zangdocent moet kunnen schakelen in technieken aan de hand van de stijl waarin je zingt en aan de hand van de behoeftes van de leerling. Dxe0t is kwaliteit.

februari 5, 2010
By on 14:11
Zangmethodes

Is de ‘wetenschappelijke onderbouwing’ die sommige zangmethodes claimen te hebben een garantie voor de kwaliteit van die methode? Waarom willen zangmethodes zich xc3xbcberhaupt op die manier bewijzen?

Naar mijn idee zijn de hypes rondom zangmethodes als CVT en EVTS vooral ontstaan, omdat er lange tijd gewoon geen specifieke zangmethode bestond voor lichte muziek. Klassieke zangers kregen een opleiding en ‘lichte’ zangers (pop en jazz), die deden in de ogen van de klassieke zangwereld maar wat. Er werd lange tijd neergekeken op ‘lichte’ muziek, want daar hoefde je niets voor te kunnen (!).

Voorzover pop- en jazz-vocalisten techniek onderwijs kregen, was dit lange tijd vooral gebaseerd op de klassieke principes, maar dan iets ‘lichter’ aangezet: borst breed en keel wijd houden, middenrif laag houden en flanken uitduwen, met een iets persende ademsteun.  Een mooi voorbeeld zijn de zangeressen Billie Holiday en Sarah Vaughan. Holiday is evident ongeschoold, maar wordt geroemd om haar doorleefde stem, terwijl Vaughan de jazz zang benadert als een typisch klassiek geschoolde alt.

Misschien hebben de bedenkers van de  ‘nieuwe’ technieken nog steeds het gevoel dat ze zich moeten ‘bewijzen’ tegenover hun klassieke collega’s en wordt daarom continu de wetenschap er weer bijgehaald. Alsof het niet om fysiologische feiten gaat, die je met een gezonde dosis zelfonderzoek en gezond verstand ook zelf kunt ontdekken! Feiten die je xc3xbcberhaupt van je zangdocent of op een conservatorium zou moeten leren.

Buiksteun? Mijn zangdocente had er nog nooit van gehoord. Ja, lage ademhaling, zover kwamen we wel, maar verder was alle techniek semi-klassiek. Ik merkte dat deze benadering me voor jazz- en popbeoefening te weinig bood. Wel lekker bij de brullende rock, maar ik wilde ook kunnen kleuren in zachtere muziek. Kleuren en continu kracht zetten verhouden zich slecht tot elkaar.

Door mijn theateropleiding ontdekte ik dat ik veel meer kon doen met mijn stem dan ik tot dusver voor mogelijk had gehouden en ik besloot om verder te gaan experimenteren met mijn stem en met het effect van expressie op je klank. Van EVTS of CVT had ik toen nog nooit gehoord (Jeffrey Allen’s The Secret Of Singing bestond toen al wel, maar ook dat was vooral gericht op flank ankering), maar met een goede dosis gezond verstand, medisch speurwerk en zelfonderzoek was ik in staat om Method Singing stap voor stap te ontwikkelen en uiteindelijk op papier te zetten.

EVTS is wat dat betreft toch ook weer de klassieke invulling van zangtechniek in lichte muziek. Vandaar de nadruk op flanksteun en rug-/nek ankering en het gebrek aan aandacht voor buiksteun, mimiekgebruik (mond, tong, zacht verhemelte) en klankplaatsing en de beperkte, categoriale toepassing van resonans. Het naar beneden geduwd houden van je schouders en het op spanning houden van je middenrif (met daarbij continu uitduwen van de flanken) is typisch iets uit de klassieke leer. Destijds was EVTS ook vooral een eye-opener voor vocalisten en docenten, die vanuit een klassieke opleiding wilden omschakelen naar de lichte muziek en die daarbij vaak ook een gebrekkige kennis hadden van het menselijk lichaam. Als zoekenden in de woestijn klampten ze zich vast aan EVTS (en later weer aan CVT en later weer aan Lichtenberger enzovoort). EVTS vind ik een techniek die vooral geschikt is voor kamermuziek (het lichtere klassieke werk), musical en ‘brulpop’. Persoonlijk houd ik niet zo van de sekte-achtige afdrachtregeling, die voor gecertificeerde EVTS docenten bestaat: deze docenten moeten een deel van hun inkomsten afstaan aan de Jo Estill Foundation. Maar daar kiezen ze zelf voor wanneer ze besluiten om uitsluitend met EVTS verder te gaan.

CVT vind ik persoonlijk het meest in de buurt komen van Method Singing, omdat bij CVT goed onderscheid wordt gemaakt tussen buiksteun en flanksteun. In Method Singing is weer meer aandacht voor klankplaatsing en klinkervorming.

Is er xc3xa9xc3xa9n zaligmakende zangtechniek? Ik vind van niet. Uit elke techniek kun je iets goeds halen, mits je goed onderwijs krijgt en je goed uitgelegd krijgt wat er in je lichaam en met je stem gebeurt. Van een zangdocent mag je kennis van zaken verwachten. Een zangdocent moet kunnen schakelen in technieken aan de hand van de stijl waarin je zingt en aan de hand van de behoeftes van de leerling. Dxc3xa0t is kwaliteit.


By on 13:11
De technische beginselen van Method Singing

Method Singing is een manier van zingen waarbij techniek, emotie en x91echtheidx92 x96 authenticiteit x96 op een zo natuurlijk mogelijke wijze samengaan. Kennis van je instrument, je lichaam, is daarvoor onmisbaar.

Een belangrijk principe van Method Singing is dat je lichaam in balans moet zijn.

Zoals bij een huis de fundering net zo belangrijk is als het dak, moet je je bij zingen altijd bewust zijn van je gehele lichaam, van je tenen tot en met je kruin. Of je nu in je borstregister of met je kopstem zingt, maak altijd contact met je voeten en met je hoofd. Verbind ze met elkaar. Door je bewust te zijn van de verbinding van je voeten (je fundament) met je hoofd (je zolder), bevorder je dat je spieren, je keelwand, je tong, je strottehoofd enzovoort samenwerken.

Het is belangrijk dat je ademhaling x91laagx92 is, in die zin dat je buikholte bol kan worden op een inademing en weer plat op een uitademing. Ook is het belangrijk dat je middenrif niet wordt gefrustreerd in de natuurlijke beweging bij in- en uitademen. Een sterk gecontroleerde  uitademing heet ademsteun. Daarbij zorg je ervoor dat je buik niet in een keer leegloopt, maar houd je je flanken en je buik langere tijd bewust iets uitgespannen. Je vertraagt als het ware de uitademingsimpuls.

Ademondersteuning doe je met je buikspieren en met je bekkenbodemspieren. Met je buikspieren kun je korte of lange (adem)impulsen geven aan een klank, zodat je accenten kunt leggen in een zin of woord, volume en toonhoogtes kunt maken. Flexibel gebruik van je buikspieren tijdens een uitademing voorkomt dat je je middenrif vastzet.

Je bekkenbodemspieren zijn belangrijk voor het crexebren van voorspanning. Voorspanning zorgt ervoor dat je ademhalingsapparaat optimaal kan werken.

Leidraad bij spreken en zingen is: inademen is ontspannen, uitademen is aanspannen.

Een tweede belangrijk principe van Method Singing is klankplaatsing.

Er zijn twee vormen van klankplaatsing:

1)                 klankplaatsing in een resonansgebied.

Deze vorm van klankplaatsing bexefnvloedt je volume, je stembereik, de zuiverheid van je toon en je klankkleur.

2)                 klankplaatsing in je mond.

Deze vorm van klankplaatsing bexefnvloedt je volume, je stembereik, de zuiverheid van je toon, het type klinker dat je waarneemt en je klankkleur.

Door beide vormen van klankplaatsing te oefenen vergroot je de flexibiliteit van je stem. Bovendien leer je zo onnodige spanning in je keel en op je stembanden te vermijden.

Door je bewust te worden van je resonansruimten kun je leren je klank te x91plaatsenx92 in een trillingsgebied. Om de andere vorm van klankplaatsing x96 het plekje in je mond x96 te leren beheersen, moet je je zangersembouchure of zangersmond ontwikkelen: het vormen van je klanken met je tong, je verhemelte, je mimiek en je lippen.

Een goede klankvorming maakt het makkelijker om je klanken zoveel mogelijk voor in je mond te plaatsen. Hierbij richt je elke klank naar het ‘ideale plekje’ in je mond: het stukje verhemelte direct boven je bovenste snijtanden, precies in het midden. Dat plekje is je toonpunt. In je toonpunt is je geluid het best verstaanbaar en ook nog eens het meest toegankelijk voor je resonans!

Bij Method Singing wordt uitgegaan van een aantal vaste regels voor het vormen van klinkers, met als doel je klank zo goed mogelijk in je toonpunt te plaatsen en te houden. Daarbij is de beschreven klinkervorming vooral bedoeld om je bewust te maken van het spiergevoel van een klank. Dat spiergevoel zul je op den duur met kleinere bewegingen ook kunnen oproepen. Het gaat er vooral om dat je de aanzet onder de knie krijgt van wat je met je zangersmond moet doen. Embouchuretraining is net als sporten: je maakt je spieren actiever, sterker en je leert ze gecoxf6rdineerd te gebruiken.

Hoe meer holtes mee kunnen resoneren, des te meer boventonen je maakt. Hoe meer van die boventonen klinken, des te krachtiger en scherper wordt je geluid, zonder dat een extra inspanning nodig is. We noemen dit ook wel het zangersformant. Het zangersformant is belangrijk bij de overgang naar je kopstem. Deze overgang stuur je met je gezichtsspieren, met je neusvleugels (je maakt x91ruimtex92 in je neus) en met je huig. Door je huig meer of minder sterk aan te spannen wordt je klank meer of minder nasaal.

Ook je tong helpt mee bij het geven van ruimte aan je toon, in je mondholte en in je keel. Je tong fungeert als hefboom voor het verlagen van je onderkaak. In plaats van je kaken vanuit je scharnierpunten te bewegen, kun je met je tong je onderkaak veilig besturen en zo ruimte aan de onderkant maken. Zo kun je overgang naar je borstregister voorbereiden.

Door je tong en je huig c.q. je mimiekspieren goed en bewust te gebruiken, maak je het voor je strottehoofd makkelijker om tijdig en ontspannen te kantelen naar een specifieke stempositie.

Een goed ontwikkelde zangerembouchure of zangersmond vergroot de mogelijkheden van je stem. Daarbij moet je:

1)                 je ademsteun goed gebruiken.

2)                 je klank in het goede resonansgebied plaatsen en de overgangen maken met je tong en met je huig/mimiek (= ruimte maken voor schakelen).

3)                 je klank goed voor in je mond plaatsen (= je geluid bundelen).

4)                 De juiste cirkel van bereik toepassen (= je geluid richten).

Deze vier vaardigheden heb je nodig om volume te maken, te kleuren, zuiver te zingen, te schakelen van het ene naar het andere register en om je mengregister te ontwikkelen.

xa9Noortje Kruijk

januari 27, 2007
By on 13:58
Overzicht van de regels voor klinkervorming:

Klinkerreeks AA, EE en xc0:

De vorming van de AA (als in x91MAARx92) heeft zijn oorsprong in je wangen. Begin met een brede glimlach, de ‘tandpasta smile’ en laat de punt van je tong tegen de achterkant van je onderste snijtanden rusten. De tongrug is breed, los van je verhemelte en lijkt je hele mond te vullen. Je lippen zijn iets geopend en volgen de beweging van je wangen. Tong, kaken en verhemelte zijn ontspannen.

xfc       de AA is een brede klinker.

xfc       de AA ontstaat door een impuls van je wangen.

xfc       de AA krijgt ruimte in de breedte en in de lengte.

De vorming van de EE (als in x91MEENEMENx92) lijkt op de vorming van de AA, maar is iets meer ‘verlegen’: de klank ontstaat in je wangen, met een meer voorzichtige glimlach, xe0 la Mona Lisa.

Laat de punt van je tong tegen de achterkant van de onderste snijtanden rusten. Je tongrug is breed, maar minder dan bij de AA. Je lippen zijn iets geopend en volgen de beweging van je wangen. Tong, kaken en verhemelte zijn ontspannen.

xfc      de EE is een brede klinker.

xfc       de EE ontstaat door een impuls van je wangen.

xfc       ook de EE krijgt ruimte in de breedte en in de lengte.

Voor de vorming van de xc0 (als in x91BAKx92) moet je als eerste je gezicht zo goed als mogelijk ontspannen, ‘verstand op nul en blik op oneindig’. Laat alles los. Je tongpunt rust tegen de achterkant van je onderste snijtanden en lijkt uit je mond te willen hangen. Je onderkaak wordt door je tong iets omlaag geduwd, zodat je mond open komt te staan. Tong, kaken en verhemelte zijn ontspannen.

xfc       de xc0 is een smalle  en x91hangendex92 klinker.

xfc       de xc0 ontstaat door een impuls van je tong.

xfc       de xc0 krijgt ruimte in de lengte.

Klinkerreeks IE, xcc en xc8:

Tuit voor de IE (als in x91HIERx92) allebei je lippen naar buiten en houd ze breed. Je mond vormt een klein vierkantje. Laat de punt van je tong tegen de achterkant van de onderste snijtanden rusten. Door het tuiten van je lippen gaat je tong een beetje meer naar voren en wordt je tongrug een beetje bol. Je zachte verhemelte gaat een stukje omhoog (krijgt een beetje spanning). Dat kun je achterin je keel goed voelen als een ‘vernauwing’. Let op dat je tong los blijft van je verhemelte. Je tanden zijn los van elkaar en je kaken zijn ontspannen.

xfc       de IE is een smalle en vierkante klinker.

xfc       de IE ontstaat door een impuls van je lippen.

xfc       de IE krijgt ruimte in de lengte.

Ook voor de xcc (als in x91WINKELx92) tuit je allebei je lippen naar buiten en vorm je met je mond een klein vierkantje. Het puntje van je tong rust tegen de achterkant van de onderste snijtanden. Je tongrug is niet zo bol als bij de IE, maar drukt juist naar beneden. Je keel voelt ruimer dan bij de IE, omdat je zachte verhemelte minder sterk omhoog gaat.

xfc       de ? is een smalle en vierkante klinker.

xfc       de ? ontstaat door een impuls van je lippen.

xfc       ook de ? krijgt ruimte in de lengte.

De xc8 (als in x91TENTx92) wordt bijna net zo gevormd als de xcc, met naar buiten getuite lippen en je mond als een klein vierkantje. Het puntje van je tong rust tegen de achterkant van de onderste snijtanden. Je tongrug wil nog meer naar beneden dan bij de xcc en lijkt om te willen krullen. Je keel voelt nog ruimer dan bij de xcc, omdat je zachte verhemelte maar een heel klein stukje omhoog gaat.

xfc       de ? is een smalle en vierkante klinker.

xfc       de ? ontstaat door een impuls van je lippen .

xfc       en ook de ? krijgt ruimte in de lengte.

Klinkerreeks OO en xd2:

De OO (als in x91VOORx92) ontstaat eigenlijk in je mond, door ruimte te maken in je mondholte. Allebei je lippen zijn binnenwaarts gekruld, alsof je lippen de twee uiteinden van een pincet zijn. Je lippen vormen een rondje, met de grootte van een flinke knikker. Houdt de x91wx92 van x91lowx92 vast om je lippen goed op spanning te houden en om een x91underbitex92 te voorkomen (dwz. schuif je onderkaak niet naar voren). De punt van je tong drukt tegen de achterkant van je onderste snijtanden. Door het naar binnen krullen van je lippen wil je tong een beetje naar achteren, waardoor je tongrug boller wordt. Zorg dat je tong los blijft van je verhemelte! Je zachte verhemelte gaat een stukje omhoog. Je tanden zijn los van elkaar en je kaken zijn ontspannen.

xfc       de OO is een smalle en ronde klinker.

xfc       de OO ontstaat door een impuls van je tong.

xfc       de OO krijgt ruimte in de lengte.

De xd2 (als in x91MONDx92) lijkt op de OO, maar voelt krapper. Het x91hapjex92 is kleiner. Je lippen zijn binnenwaarts gekruld, maar met een kleinere spanning dan bij de OO. Je lippen vormen een klein, open rondje. Pas ook bij de xd2 op voor een x91underbitex92. Ontspan je kaken zoals bij de xc0. De punt van je tong drukt tegen de achterkant van je onderste snijtanden. Je tong wil meer naar achteren dan bij de OO en met name je tongrug wil omhoog, naar je verhemelte toe. Je zachte verhemelte gaat een stukje omhoog. Let op dat je tong los blijft van je verhemelte door je onderkaak een beetje te laten zakken. 

xfc       de xd2 is een smalle en ronde klinker.

xfc       de xd2 ontstaat door een impuls van je tong.

xfc       ook de xd2 krijgt ruimte in de lengte. 

Klinkerreeks OE en UU:

Voordat de je de OE (als in x91BOEKx92) gaat vormen, ontspan je zoveel mogelijk je kaken, om een x91underbitex92 tegen te gaan. Laat je lippen het werk doen, niet je kaken. Door het tuiten van je lippen ligt de OE meteen al op het puntje van je tong. Tuit je lippen goed naar buiten, bijna net zo sterk als bij de IE. Je mond vormt een klein rondje. Laat de punt van je tong tegen de achterkant van de onderste snijtanden rusten. Door het tuiten van je lippen gaat je tong een beetje meer naar voren en wordt je tongrug een beetje bol. Je zachte verhemelte gaat een stukje omhoog. Je tanden zijn los van elkaar en je kaken zijn ontspannen.

xfc       de OE is een smalle en ronde klinker.

xfc       de OE ontstaat door een impuls van je lippen.

xfc       de OE krijgt ruimte in de lengte.

De UU (als in x91UURx92) zit tussen de IE en de OE in. Maak eerst een IE en tuit je lippen langzaam naar de OE toe. Laat je lippen het werk doen, niet je kaken. Door het tuiten van je lippen wordt je tong smaller en puntiger en beweegt in de richting van je tanden. Je mond vormt een klein rondje, net als bij de OE. Laat de punt van je tong tegen de achterkant van de onderste snijtanden rusten. Je keelwand ontspant zich naarmate je van de IE een UU maakt. Let op dat je tong los blijft van je verhemelte.

xfc       de UU is een smalle en ronde klinker.

xfc       de UU ontstaat door een impuls van je lippen.

xfc       ook de UU krijgt ruimte in de lengte.


By on 13:47
Module Adem en Balans

‘Het grote onvermijdelijke werkboek voor zangers’ is een werkboek waarin dmv. oefeningen stap voor stap alle basistechnieken van het zingen worden behandeld. Het boek bestaat uit vier afzonderlijke modules, waarvan de eerste twee nu zijn verschenen.

Module Adem & Balans: doel van deze module is het ontwikkelen van inzicht in je spieren en het leren beheersen van je ademsteun. Zo schep je de fysieke voorwaarden om goed te gaan zingen. Om goed te kunnen zingen hoef je niet over een perfect lichaam te beschikken. Het gaat erom dat je je lichaam ‘perfect’ – in balans – leert gebruiken, omdat elke beweging, spanning en ontspanning van invloed is op je geluid en op Jouw Stem.

Bestellingen via www.zijvanzang.nl

Het werkboek is vooral een ‘doe-boek’, maar daarnaast een leuk naslagwerk, voor zowel beginners als gevorderden/professionals en geschikt voor toepassing in alle zangstijlen. Door de modulaire opzet is het mogelijk om gericht te werken aan een specifiek techniekonderdeel. Ook zeer handig voor zangdocenten!

In voorbereiding: Module Intonatie & Eenvoudige Muziektheorie en Module Voordracht & Basis Geluidstechniek.


By on 13:46
De technische beginselen van Method Singing

Method Singing is een manier van zingen waarbij techniek, emotie en xe2x80x98echtheidxe2x80x99 xe2x80x93 authenticiteit xe2x80x93 op een zo natuurlijk mogelijke wijze samengaan. Kennis van je instrument, je lichaam, is daarvoor onmisbaar.

Een belangrijk principe van Method Singing is dat je lichaam in balans moet zijn.

Zoals bij een huis de fundering net zo belangrijk is als het dak, moet je je bij zingen altijd bewust zijn van je gehele lichaam, van je tenen tot en met je kruin. Of je nu in je borstregister of met je kopstem zingt, maak altijd contact met je voeten en met je hoofd. Verbind ze met elkaar. Door je bewust te zijn van de verbinding van je voeten (je fundament) met je hoofd (je zolder), bevorder je dat je spieren, je keelwand, je tong, je strottehoofd enzovoort samenwerken.

Het is belangrijk dat je ademhaling xe2x80x98laagxe2x80x99 is, in die zin dat je buikholte bol kan worden op een inademing en weer plat op een uitademing. Ook is het belangrijk dat je middenrif niet wordt gefrustreerd in de natuurlijke beweging bij in- en uitademen. Een sterk gecontroleerde  uitademing heet ademsteun. Daarbij zorg je ervoor dat je buik niet in een keer leegloopt, maar houd je je flanken en je buik langere tijd bewust iets uitgespannen. Je vertraagt als het ware de uitademingsimpuls.

Ademondersteuning doe je met je buikspieren en met je bekkenbodemspieren. Met je buikspieren kun je korte of lange (adem)impulsen geven aan een klank, zodat je accenten kunt leggen in een zin of woord, volume en toonhoogtes kunt maken. Flexibel gebruik van je buikspieren tijdens een uitademing voorkomt dat je je middenrif vastzet.

Je bekkenbodemspieren zijn belangrijk voor het crexc3xabren van voorspanning. Voorspanning zorgt ervoor dat je ademhalingsapparaat optimaal kan werken.

Leidraad bij spreken en zingen is: inademen is ontspannen, uitademen is aanspannen.

Een tweede belangrijk principe van Method Singing is klankplaatsing.

Er zijn twee vormen van klankplaatsing:

1)                 klankplaatsing in een resonansgebied.

Deze vorm van klankplaatsing bexc3xafnvloedt je volume, je stembereik, de zuiverheid van je toon en je klankkleur.

2)                 klankplaatsing in je mond.

Deze vorm van klankplaatsing bexc3xafnvloedt je volume, je stembereik, de zuiverheid van je toon, het type klinker dat je waarneemt en je klankkleur.

Door beide vormen van klankplaatsing te oefenen vergroot je de flexibiliteit van je stem. Bovendien leer je zo onnodige spanning in je keel en op je stembanden te vermijden.

Door je bewust te worden van je resonansruimten kun je leren je klank te xe2x80x98plaatsenxe2x80x99 in een trillingsgebied. Om de andere vorm van klankplaatsing xe2x80x93 het plekje in je mond xe2x80x93 te leren beheersen, moet je je zangersembouchure of zangersmond ontwikkelen: het vormen van je klanken met je tong, je verhemelte, je mimiek en je lippen.

Een goede klankvorming maakt het makkelijker om je klanken zoveel mogelijk voor in je mond te plaatsen. Hierbij richt je elke klank naar het ‘ideale plekje’ in je mond: het stukje verhemelte direct boven je bovenste snijtanden, precies in het midden. Dat plekje is je toonpunt. In je toonpunt is je geluid het best verstaanbaar en ook nog eens het meest toegankelijk voor je resonans!

Bij Method Singing wordt uitgegaan van een aantal vaste regels voor het vormen van klinkers, met als doel je klank zo goed mogelijk in je toonpunt te plaatsen en te houden. Daarbij is de beschreven klinkervorming vooral bedoeld om je bewust te maken van het spiergevoel van een klank. Dat spiergevoel zul je op den duur met kleinere bewegingen ook kunnen oproepen. Het gaat er vooral om dat je de aanzet onder de knie krijgt van wat je met je zangersmond moet doen. Embouchuretraining is net als sporten: je maakt je spieren actiever, sterker en je leert ze gecoxc3xb6rdineerd te gebruiken.

Hoe meer holtes mee kunnen resoneren, des te meer boventonen je maakt. Hoe meer van die boventonen klinken, des te krachtiger en scherper wordt je geluid, zonder dat een extra inspanning nodig is. We noemen dit ook wel het zangersformant. Het zangersformant is belangrijk bij de overgang naar je kopstem. Deze overgang stuur je met je gezichtsspieren, met je neusvleugels (je maakt xe2x80x98ruimtexe2x80x99 in je neus) en met je huig. Door je huig meer of minder sterk aan te spannen wordt je klank meer of minder nasaal.

Ook je tong helpt mee bij het geven van ruimte aan je toon, in je mondholte en in je keel. Je tong fungeert als hefboom voor het verlagen van je onderkaak. In plaats van je kaken vanuit je scharnierpunten te bewegen, kun je met je tong je onderkaak veilig besturen en zo ruimte aan de onderkant maken. Zo kun je overgang naar je borstregister voorbereiden.

Door je tong en je huig c.q. je mimiekspieren goed en bewust te gebruiken, maak je het voor je strottehoofd makkelijker om tijdig en ontspannen te kantelen naar een specifieke stempositie.

Een goed ontwikkelde zangerembouchure of zangersmond vergroot de mogelijkheden van je stem. Daarbij moet je:

1)                 je ademsteun goed gebruiken.

2)                 je klank in het goede resonansgebied plaatsen en de overgangen maken met je tong en met je huig/mimiek (= ruimte maken voor schakelen).

3)                 je klank goed voor in je mond plaatsen (= je geluid bundelen).

4)                 De juiste cirkel van bereik toepassen (= je geluid richten).

Deze vier vaardigheden heb je nodig om volume te maken, te kleuren, zuiver te zingen, te schakelen van het ene naar het andere register en om je mengregister te ontwikkelen.

xc2xa9Noortje Kruijk


By on 12:58